Columns

Een nieuw jaar

16 maart 2020, Supportbeurs

Gisteravond heb ik met vrienden 2019 uitgezwaaid met lekker eten en volop gezelligheid.

Om half 3 vannacht kwam ik thuis. De nachtzorg wenste me een gelukkig nieuwjaar en hielp me met m’n zorg.

De volgende dag kijk ik uit op het plein voor mijn aanleunappartement, behorende bij het WoonZorgCentrum waar ik woon. Het is 1 januari 2020 in de vroege namiddag. Het valt me op dat er kinderen, kleinkinderen en zelfs achterkleinkinderen naar het WoonZorgCentrum komen, met een bloemetje, chocolade of een tekening. Het doet me goed te zien dat ze hun ouders, grootouders en zelfs overgrootouders alle goeds voor het nieuwe jaar komen wensen.

Op deze dag ga ik juist weg van deze plek. Naar mijn ouders. Zonder bloemetje, chocolade of een tekening, maar met een mooie wens voor het nieuwe jaar en een hart vol dankbaarheid omdat ze me gevormd hebben tot wie ik nu ben. Mijn ouders zijn niet meer zo piep, maar vooral mijn Pa is nog erg zelfstandig en ik bewonder zijn positiviteit en zijn zorg voor mijn Ma.

We drinken met z’n drieën een bakje koffie, kletsen over van alles en omdat het redelijk mooi weer is, kan ik mijn Ma overhalen om na de koffie samen een stukje te gaan ‘wandelen’.  Ze houdt zich vast aan de armleuning van mijn elektrische rolstoel en we gaan op pad.

Vroeger, toen ik nog kon lopen, hebben mijn Ma en ik vaak samen gewandeld. Echt gewandeld. Ik haakte dan bij haar in zodat mijn kans op vallen kleiner werd. Nu houdt ze mijn rolstoel vast, zodat zij zich wat stabieler voelt.

Al is onze wandeling kort en gaan we de straat maar uit en terug, toch geniet ik met volle teugen. Ik weet dat mijn Ma zich onze wandelingen van vroeger niet meer kan herinneren. Maar dat is nu niet belangrijk. Ik herinner ze wel voor ons tweeën. De laatste tijd geldt bij haar alleen het ‘nu-moment’ waarin haar jeugd en haar oude dag in haar hoofd samenkomen. Ik merk dat ook zij geniet van de kleine wandeling. We kijken naar een mooi huis, naar een roosje wat nog staat te bloeien ook al is het winter, naar de molen die zo kenmerkend is voor ons dorp, naar een bloeiende orchidee voor een raam.

Terug bij haar huis bedankt ze me en zegt me dat ik gauw weer eens moet komen. Ik beloof haar dat en met een enorm blij gevoel ga ik naar mijn huis, waar ik de kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van eerder die middag tegenkom op het plein. Ook zij gaan naar huis. De bloemen, chocolade en tekeningen samen met een hoop dankbaarheid achterlatend bij hun ouders, grootouders en overgrootouders.

Het nieuwe jaar is begonnen.

Bekijk en lees alle columns door Liesbeth van Assche >

Columniste Liesbeth van Assche

Ook interessant