Columns

Noodgedwongen kunnen

2 december 2020, Supportbeurs
Liesbeth van Asche - columniste beurs Support

‘Ik zou het niet kunnen’, zeggen mensen soms tegen mij als we het hebben over het mezelf verplaatsen in m’n rolstoel. Door dat tegen me te zeggen, denk ik dat ze mij een compliment willen geven omdat ze zien dat ik het ‘wel kan’. En zo heb ik het jaren opgevat. Onlangs zei weer iemand dat hij niet wist of hij zou kunnen omgaan met het feit dat hij in een rolstoel terecht zou komen. En toen vroeg ik mezelf ineens af: Is het ooit aan mij gevraagd? Niet dat ik me kan herinneren.

Ik zit noodgedwongen en zonder mijn eigen toestemming al acht jaar in een rolstoel. Die stoel op wielen is bij me gaan horen, net als nieuwe schoenen na een tijdje bij je gaan horen. Als ze lekker zitten, worden ze bijna één met jouw voeten. Zo is mijn rolstoel bijna één geworden met mijn lijf. Het is misschien een rare vergelijking maar ik probeer het zo wat luchtig te houden voor mezelf.

Als ik ‘s-middags even rust en kijk naar mijn rolstoel die naast mijn bed staat, kan ik ‘m soms enorm verafschuwen. Ook al zit ik er niet in, hij moet bij mij blijven. Altijd paraat staan. Zonder die stoel kan ik nergens heen. Net als jouw schoenen in de gang paraat staan zodat je kan lopen zonder je voeten te bezeren.

Natuurlijk was mijn antwoord ‘Nee’ geweest als het mij ooit was gevraagd of ik dit zou kunnen. Maar die vraag kwam niet. De rolstoel wel. Lopen ging niet meer. Ik hing over m’n rollator en liep eigenlijk op de kracht van mijn armen. Dat hield ik niet vol, maar ik wilde mezelf blijven verplaatsen. Dus moest er een rolstoel komen. Die keuze ging toen zowat automatisch. Pas later, toen ik ging beseffen dat ik er nooit meer uit zou komen en dat  die stoel op wielen altijd bij me zal horen, werd het moeilijker voor me.

Heb ik het geaccepteerd? Nee. En ik verwacht dat ik dat ook nooit ga doen. Ik probeer er zo goed mogelijk mee om te gaan. Dat vind ik voor nu voldoende. Dat zo goed mogelijk mee omgaan, kan ik niet alleen. Ik heb steun van vrienden en familie en af en toe een objectieve mening en ‘een van een andere kant bekeken’ gesprek met een psychologe. Ik schaam me er niet voor dat ik dit niet alleen kan. Liever met hulp rollen, dan helemaal niet meer de deur uit.

Ik vraag mezelf steeds vaker af of ik het zou kunnen als mijn armen het ook niet meer zouden doen. Dat ik niet meer zelf in en uit bed kan, niet meer zelf koffie kan zetten, niet meer kan schrijven, niet meer zelf een boterham smeren, niet meer de was uit de wasmachine halen. Niet meer… enzovoorts, enzovoorts. Dat zijn veel meer ‘niet meer’s’ dan wat je allemaal niet meer kan doen als je benen het laten afweten. Ik heb nog geen antwoord op die vraag, maar ik weet dat er ooit een grens komt aan mijn kunnen. Tot nu toe heb ik deze grens al een aantal keer verlegd. Noodgedwongen. Want niemand vraagt van te voren of je het wel zou kunnen.

Column door Liesbeth van Assche.

Bekijk en lees alle columns door Liesbeth van Assche >

Ook interessant