Columns

Verzachtende pech

18 september 2016, Supportbeurs

‘Hoe gaat het?’ vroeg ik aan een kennis die ik al
een tijd niet had gezien. Niet zo best, was haar antwoord. ‘Ik zit al een
tijdje met een pijnlijke knie. Mijn arts weet niet goed wat hij ermee moet en
mijn fysiobehandelingen zijn bijna op.’ Terwijl ze dat zei, zag ik dat ze me
bekeek vanaf m’n rolstoelwielen tot aan mijn blonde haren. Toen zei ze: ‘Maar
dat is niks in vergelijking met wat jij hebt.’

Ik weet niet zo goed wat ik met zo’n opmerking
moet. Natuurlijk bedoelde ze het goed en wilde waarschijnlijk mijn pijn
verzachten door die juist versterkt te benoemen.
Maar zijn mijn beperkingen en pijn dan zo erg of
zijn haar (tijdelijke) beperkingen en pijn dan zoveel minder erg? Wanneer is
iets erger dan erg? Kun je dat meten? En dan nog, wat heb ik daaraan? Wat ik
wel weet, is dat ik haar pijnlijke knie niet wil.

Natuurlijk baal ik van mijn beperkingen, nog meer
dan dat ik hier kan opschrijven, maar is daarom een pijnlijke knie voor een
ander minder erg? Niemand vraagt om ongemakken.
Met mijn groeistoornis ben ik geboren. Al heel
mijn leven weet ik dat ik een stuk kleiner ben en blijf dan de gemiddelde mens.
Dat is wel een beetje pech hebben. Sommige mensen worden puntgaaf geboren, maar
krijgen later ongemakken door een ongeval of ziekte. Die mensen krijgen op
latere leeftijd pech.

Toen ik rond mijn 28 na een hernia besefte
dat ik nooit meer zou kunnen lopen zoals ik tot aan dat moment had gekund, vond
ik eigenlijk dat mijn ‘klein zijn’ wel genoeg was. Maar het Lot, of wie of wat
dan ook, besliste anders. De beknelde zenuwen waren er en daardoor werd een
beginnende verlamming een feit. Dubbel pech.

Toch heb ik er weinig aan als mensen zeggen dat
mijn situatie erger is, dan wat ze zelf hebben. Ik moet dealen met de mijne en
zij moeten dealen met die van hun.

Andersom is het zo dat ik wel kan genieten van
beweging: een spelend gezin in een park, een sporter die de top bereikt of een
vriendin die na een moeilijke tijd de vierdaagse loopt. Mensen die uitdagingen
aangaan en dit fysiek kunnen. Natuurlijk zou ik dit zelf ook allemaal willen, maar
ik moet andere uitdagingen zoeken. En ik kan en mag de lopende, bewegende mens
niet de schuld geven van wat mij niet meer lukt. En zij hoeven zich al helemaal
niet schuldig te voelen, omdat zij wel iets kunnen wat ik niet meer kan.

Onlangs zei iemand tegen me, dat ze nu beseft
hoeveel ze kan en hoe makkelijk ze haar lichaam kan bewegen. Dit besef had ze
gekregen doordat ze mij bepaalde transfers zag doen en opmerkte hoeveel moeite
en energie me dat kostte. Zij sport iedere dag en kan zich met haar lenigheid letterlijk
in allerlei bochten wringen. Ze werd zich er ineens van bewust hoe gezegend ze
daarmee is. Zij beweegt nu niet alleen graag, maar geniet er nu ook van dat ze
kán bewegen. Dat besef van haar, geeft mij een goed gevoel. Mijn dubbele pech
is dan niet voor niets en verzacht zelfs een beetje.

Bekijk & lees alle columns door Liesbeth van Assche

Ook interessant