Cliëntondersteuner; onafhankelijk of dubbele pet op?

03.05.2018 | Algemeen nieuws | 505 keer bekeken
Cliëntondersteuner; onafhankelijk of dubbele pet op?

Onafhankelijke cliëntondersteuning staat volop in de belangstelling. Uit ons eigen onderzoek bleek al dat ruim twee op de vijf zorgbehoevenden niet bekend zijn met het feit dat ze (gratis) op een onafhankelijke cliëntondersteuner een beroep kunnen doen. En uit onderzoek van NIVEL blijkt dat gemeenten hier niet of nauwelijks aandacht aan besteden. Het kabinet wil extra middelen inzetten om de bekendheid van de onafhankelijke cliëntondersteuning te vergroten. Maar belangenorganisaties vragen zich af hoe onafhankelijk de cliëntondersteuning eigenlijk wel is.

Onafhankelijke cliëntondersteuning

Het is als zorgbehoevende niet altijd even makkelijk om je weg te vinden in het complexe web van wetten en instellingen. Wanneer je een beroep wilt doen op zorg of ondersteuning vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) of de Wet langdurige zorg (Wlz), kun je de hulp inschakelen van een zogeheten onafhankelijke cliëntondersteuner. Deze informeert je over alle mogelijkheden die er zijn op het gebied van wonen, werk, onderwijs, vervoer enz. en helpt je om je vragen en wensen goed onder woorden te brengen. Jouw cliëntondersteuner kan je bijvoorbeeld vergezellen tijdens het ‘keuken tafelgesprek’, waar de Wmo-ambtenaar nagaat of je al dan niet (en zo ja, in welke mate) recht hebt op hulp en ondersteuning.

De cliëntondersteuner is voor jou gratis, hij of zij wordt door de gemeente betaald. Dit zou de onafhankelijkheid niet in het gedrang (mogen) brengen: de cliëntondersteuner moet zich echt helemaal ten dienste van jou inzetten. Belangenorganisaties betwijfelen echter of de cliëntondersteuner wel echt zo onafhankelijk is, als hij/zij deel uitmaakt van het wijkteam dat indicaties stelt en bepaalt hoeveel zorg je krijgt.

Dubbele pet op?

Sommige gemeenten werken voor het geven van cliëntondersteuning samen met MEE, een coöperatieve vereniging met twintig regionale verenigingen verspreid door het land. In veel gemeenten wordt MEE ingehuurd om zowel onafhankelijke cliëntondersteuning te bieden als indicaties te doen[i]. Het is dus goed mogelijk dat jouw cliëntondersteuner tegelijkertijd ‘met een andere pet op’  bij een andere zorgbehoevende een indicatie stelt en bepaalt op hoeveel zorg die persoon recht heeft. Dat is helemaal wettelijk. Wat wél verboden is, is dat jouw cliëntondersteuner tegelijkertijd ook jouw indicatiesteller is.

Diverse belangenorganisaties stellen vraagtekens bij de werkelijk onafhankelijke positie van de ‘onafhankelijke’ cliëntondersteuner. MEE-directeur Yvon van Houdt vindt dat de onafhankelijkheid echter voldoende gewaarborgd is en dat het werken vanuit het sociale wijkteam juist het voordeel biedt dat de cliëntondersteuner dicht op het netwerk zit. “Het is de professionaliteit van de cliëntondersteuner om in de situatie dat hij de rol heeft van onafhankelijk ondersteuner, zich ook echt autonoom ten opzichte van de cliënt in te zetten”, verklaart ze aan NPO Radio 1. Tweede Kamerlid Vera Bergkamp (D66) vindt het wel belangrijk dat als zorgvragers zelf twijfelen aan de onafhankelijkheid van hun cliëntondersteuner, de gemeente op zoek gaat naar een alternatief.

Cliëntondersteuning; de grote onbekende 

Gemeenten zijn verplicht om je actief op de mogelijkheid van onafhankelijke cliëntondersteuning te wijzen. Maar dat gebeurt meer niet dan wel. Uit ons onderzoek blijkt dat 40 procent van de zorgconsumenten niet bekend is met de mogelijkheid van een gratis cliëntondersteuner. Op vraag van het Ministerie van VWS bekeek NIVEL hoe het gesteld is met de onafhankelijke cliëntondersteuning in de curatieve zorg (huisartsen- en ziekenhuiszorg) en ontdekte dat ook dit niet structureel of automatisch aangeboden wordt vanuit gemeenten. Terwijl dit in het kader van de Wmo ook tot hun verantwoordelijkheid behoort[ii].

Dat het bestaan van de onafhankelijke cliëntondersteuning bij veel mensen nog steeds onbekend is, is ook het kabinet een doorn in het oog. Het kabinet heeft daarom extra middelen aangekondigd; 55 miljoen euro in deze kabinetsperiode en 10 miljoen euro per jaar daarna. Deze extra middelen voor de versterking van de cliëntondersteuning worden vooral gebruikt om te bevorderen dat de kwetsbare groepen de ondersteuning Minister Bruins kondigde verder een breed onderzoek naar de inzet van onafhankelijke cliëntondersteuning aan. Hij wil op basis van een analyse van de behoefte, extra inzetten op cliëntondersteuning aan specifieke groepen en thema’s. Daarnaast komt er ook nog een publiekscampagne om de bekendheid van het recht op onafhankelijke cliëntondersteuning te vergroten.


[i] S. Arum en T. Van den Enden, Movisie, “Sociale (wijk)teams opnieuw uitgelicht”, februari 2018. Derde landelijke peiling onder 242 Nederlandse gemeenten naar de stand van zaken rond de sociale (wijk)teams. Uit dit onderzoek blijkt dat MEE in zeker 109 gemeenten zowel de onafhankelijke cliëntondersteuning als de sociale wijkteams organiseert.

[ii] Nationaal Instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL), “Kennisvraag. Cliëntondersteuning in de curatieve zorg. Is gerichte aandacht nodig?”, april 2018. 

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren