Hoogste rechter bepaalt weer: mantelzorg is niet af te dwingen

14.04.2017 | Algemeen nieuws | 597 keer bekeken
Hoogste rechter bepaalt weer: mantelzorg is niet af te dwingen

De Centrale Raad van Beroep deed in januari al uitspraak in een zaak tussen de gemeente Etten-Leur en een volwassen dochter en haar hulpbehoevende moeder. De gemeente vond dat de  dochter, die niet meer bij haar moeder woont, onbetaald het huishouden van haar moeder op zich zou moeten nemen.

De moeder betaalde haar dochter vanuit haar persoonsgebonden budget voor het ‘runnen’ van het huishouden. Gemeente Etten-Leur ging hier niet in mee en eiste dat de dochter de zorg gratis zou leveren. De dochter weigerde dat, waarop de gemeente de  moeder informeerde dat zij niet in aanmerking kwam voor huishoudelijke hulp. In eerste instantie werd de gemeente in het gelijk gesteld door een lagere rechter. Daarop heeft vervolgens de Centrale Raad van Beroep zich uitgesproken en de gemeente en de lagere rechter alsnog in het ongelijk gesteld: de gemeente mag niet van de dochter eisen dat zij onbetaald als mantelzorger het huishouden voor haar moeder op zich neemt.

Twee uitgangspunten die de Centrale Raad van Beroep hanteerde bij het komen tot haar uitspraak:

* Er is geen sprake van mantelzorg als de zorgverlener voor zijn diensten betaald wil worden. De zorg wordt verleend op grond van een overeenkomst en niet op grond van de persoonlijke relatie. Hiermee stelt de Raad dat iemand zowel mantelzorger kan zijn voor een hulpbehoevende naaste, als betaalde dienstverlener.

* Mantelzorg niet kan worden afgedwongen. De gemeente is verplicht om te onderzoeken of personen bereid zijn om onbetaalde ondersteuning te bieden. Wanneer dit niet het geval is, zoals bij het uitvoeren van huishoudelijke taken, blijft de gemeente aan zet om deze ondersteuning te bieden.

Eind maart sprak de Centrale Raad van Beroep zich in een vergelijkbare zaak ook uit en bepaalde wederom dat mantelzorg niet af te dwingen is.
In deze zaak wilde de gemeente Etten-Leur een moeder verplichten om haar volwassen gehandicapte zoon te helpen in het huishouden en dat zij hem de ‘gebruikelijke zorg’ zou leveren. De moeder weigerde; zij is van mening dat haar zoon niet van haar afhankelijk dient te zijn voor zorg en spande een rechtszaak aan. De lagere rechtbank stelde de gemeente in het gelijk en vond dat die er van uit mocht gaan dat de moeder de ‘gebruikelijke zorg’* aan haar zoon zou verlenen omdat zij samen een leefeenheid vormen.

Ook hier kwam de Centrale Raad van Beroep tot een ander oordeel. Moeder en zoon wonen dan wel dicht bij elkaar, maar van een gezamenlijke leefeenheid is geen sprake daar zij beiden in een eigen appartement wonen. Officieel zijn zij geen huisgenoten van elkaar en daarmee is er ook geen sprake van het leveren van ‘gebruikelijke zorg’.
Bovendien stelde de Centrale Raad van Beroep wederom dat mantelzorg per definitie op vrijwillige basis plaatsvindt en niet afgedwongen kan/mag worden.

Mezzo is blij met de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep. Onderzoek welke zorg de mantelzorger kan en wil bieden hoort bij het maatwerkgesprek (keukentafelgesprek). Maar het is belangrijk dat de gemeente mantelzorg niet verplicht, want iedereen moet op zijn of haar eigen manier kunnen zorgen.

Bron: Mezzo

* de normale zorg die partners, ouders en/of kinderen aan elkaar geven omdat zij als leefeenheid samen een huishouding voeren.

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren