Langzame dwarslaesie

22.06.2017 | Columns | 1757 keer bekeken
Langzame dwarslaesie

Heb je al eens gehoord van een langzame dwarsleasie? Mijn lijf heeft er één. Als mensen vragen waarom ik in een rolstoel zit, dan leg ik hen uit dat ik in gedeeltes een dwarsleasie heb gekregen.
In een paar jaar tijd ben ik van lopen naar compleet rolstoelgebruiker gegaan. De fases van wandelstok en rollator liggen achter me. Zelfs staan kan ik niet meer. Steeds moest ik leren omgaan met nieuwe beperkingen. Ik vraag me dan ook dikwijls af wanneer de verlamming nou eens zal stoppen en hoe m’n lichamelijke toekomst eruitziet.

Lopen. Het lijkt zo simpel. Je denkt er niet bij na. Je wordt wakker, staat op en loopt de wijde wereld in. Ook ik heb dat jaren gedaan. Gelopen, gerend, gesprongen, gedanst. Het was allemaal zo normaal.

Toen ik begin twintig was, werd ik uitgenodigd voor een weekend met jongeren die allemaal een beperking hadden, zichtbaar en niet zichtbaar. Ik viel op vanwege mijn geringe lengte en had last van de beperkingen die daarbij hoorden, maar ik liep nog. Daar merkte ik voor het eerst op dat kunnen lopen helemaal niet zo vanzelfsprekend is.
Tijdens de lunch vroeg een meisje mij om voor haar een appel te schillen. Ik schaamde me bijna omdat ik dat gewoon kon. Er waren daar jongeren genoeg die nauwelijks of geen controle hadden over de spierkracht van hun armen. Voor mij lag daar geen beperking.
Later die dag werd de kamerindeling bekend gemaakt en ik deelde mijn kamer met een meisje in een rolstoel. Toen ze naar het toilet ging, zag ik dat ze de laatste twee stappen ‘lopend’ deed. Ik was zo blij voor haar, dat ze toch nog zelfstandig naar het toilet toe kon.

Nu, jaren later, zit ik vanwege die eerder genoemde langzame dwarslaesie continu in een rolstoel. Een op maat gemaakte rolstoel nog wel, vanwege mijn korte armen en benen.
En ik baal. Ik baal omdat mijn toiletbezoeken haast niet meer zelfstandig kunnen. Omdat ik die twee oh zo belangrijke stappen niet meer kan zetten.
Als de moed me zo nu en dan eens in mijn rolstoelwielen zakt, denk ik aan dat meisje met die appel. Die appel kon ik toen voor haar schillen en dat kan ik nu nog steeds. Ik kan schrijven, typen, eten koken, was vouwen. Ik kan knutselen met mijn nichtjes. Ik kan leesjuf zijn en bibliotheekboeken scannen op school. Ik kan koffie zetten voor mijn vriendinnen. Mijn korte armen zijn nog oké.
En mijn langzame dwarsleasie? Zou hij genoeg zenuwweefsel in mijn wervels hebben aangetast? Kruipt hij niet verder naar hogere wervels? Laat ‘m nu maar stoppen, zodat ik kan blijven schrijven, typen, eten koken, wasvouwen, knutselen, boeken scannen en koffie zetten. Het is goed zo.

Bekijk & lees alle columns door Liesbeth van Assche

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (3)

Reageren
  • José Bloemen
    10.07.2017 - 12:30 uur | José Bloemen

    Moedig Liesbeth, dat je (be) leeft en beschrijft je zon en schaduw: Je verdriet en ook waaruit je moed put en de acceptatie. We kunnen geen stap overslaan in dit alles!.

  • 10.07.2017 - 10:37 uur | Jose van Rosmalen

    Herkenbaar Liesbeth, het inleveren en ook het koesteren van wat wel kan. Het meisje met de appel!

  • 23.06.2017 - 06:14 uur | Gina Heynze

    Het vergaat mij hier een beetje net zoals jij het in jouw column beschrijft. Al mijn mankementjes stellen, afgezet tegen jouw dwarslaesie, helemaal niks voor. Vaak lees je zo'n citaat uit de bijbel: "Ik kloeg dat ik geen schoenen had tot ik iemand zag die geen voeten had". Blijf met veel plezier doen wat je wel kunt en waar je goed in bent Liesbeth en geniet daar van.