Lastige combinatie... afasie en interviews

05.08.2015 | Columns | 1000 keer bekeken

Ik kan alleen een goed verhaal houden met een spiekbriefje. Zo, dat is er uit! En niet een spiekbriefje met een aantal steekwoorden. Nee, volledig uitgeschreven. Presentaties geef ik met een gelikte PowerPoint en mijn verhaal op papier ernaast. Ik lees het bijna letterlijk voor. Mijn verhaal, dat wel. En waarschijnlijk is er een groot acteur aan mij verloren gegaan, want ik kan ‘terloopse opmerkingen’ van mijn spiekbriefje voorlezen alsof ik ze ter plekke verzin.

Tekst

Ooit nam ik op één dag 15 filmpjes op om hulpmiddelen te demonstreren. Had ik de tekst die ik wilde zeggen veel te klein geprint, en uit mijn hoofd leren ging niet. Gelukkig konden we regelmatig stoppen waarop ik de paar zinnetjes in mijn kop probeerde te krijgen. Het lukte de eerste twee zinnen goed, dan brabbel ik maar wat door en 1 op de 4 keer was het raak. Het werd een lange dag…

Radio

Met een interview is het nog wat lastiger. Ik vraag vooraf om de vragen en schrijf mijn antwoorden alvast op. Maar daar kom ik natuurlijk niet mee weg. Ineens komt er dan toch een vraag die niet was voorbereid. Zoals die keer dat ik een interviewtje bij de radio deed. Daar las ik de antwoorden letterlijk op totdat de interviewer ineens iets onverwachts vroeg. Daar redde ik mij tenauwernood uit, maar dat was meer geluk dan wijsheid.

Film

Ik kreeg een verzoek of Nefarma, de brancheorganisatie van de farmaceuten, mij konden interviewen voor een filmpje en een artikel. Natuurlijk kon dat, maar ik heb gezegd dat ik afasie had. Dat was geen probleem, zeiden ze optimistisch. “Ik hoop het” dacht ik daarop.

Small-talk

Een paar weken later belden de cameraman en interviewster aan. Ik zei meteen toen ze binnenkwamen dat ik een uur lang redelijk kon spreken, maar dat het daarna snel minder goed gaat. Dat heb ik geweten. Ze durfde mij niets meer te vragen voordat het interview begon. Aangezien de cameraman een uur nodig had om alles klaar te zetten, beloofde het een lange stilte te worden. Ik begon dus noodgedwongen maar met wat small-talk. Niet mijn sterkste punt, maar we sloegen ons er doorheen, afgewisseld met zwijgend bladeren door onze aantekeningen.

Afasietje

Toen ging het interview van start. Ik probeerde de aantekeningen voor me te houden maar daar stak de cameraman een stokje voor om beeldtechnische redenen. Het begin ging lekker, net zoals het radio-interview. Maar op zeker moment begon het langzaam weg te glijden en kreeg ik mijn eerste ‘afasietje’: ik was echt de draad kwijt en verdronk langzaam in allerlei details. Dat knipten ze er maar uit.

Uhhh

Wat oog ik serieus. En mijn hersenen deden aan topsport maar uiterlijk is dat niet te zien. Wat wel te horen is dat ik elk antwoord begin met een irritante klik van mijn tong en een langgerekt ‘uhhhhh’. En dat ‘Niet-Aangeboren Hersenletsel’ aan het begin waar ik meervoud wilde zeggen. Perfectionist die ik ben zette ik 5 seconden later een ‘s’ daarachter. Je moet gewoon niet naar jezelf kijken…

Tutoyeren

Ze hebben gelukkig twee ‘afasietjes’ laten zien, anders geloof je het niet. Ik heb er in het echt een stuk of zes á zeven gehad, maar de montage is lief voor mij. De interviewster en ik tutoyeerden elkaar, maar tijdens het interview zei zij U tegen me. Aan het eind was zelfs zij door mij de kluts kwijt en noemde ze me toch ineens ‘je’. Was ik toch weer voor even jong…

Bekijk & lees alle columns door Siemon Vroom.

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren