Over Prins Bernhard, de Tweede Kamer en de kloof

15.04.2014 | Columns | 491 keer bekeken

In een eerdere column schreef ik over de kloof tussen gehandicapten en ambtenaren. Was die vroeger kleiner?

In de 60-er jaren had mijn moeder er vertrouwen in dat burgers de hulp van het landsbestuur in konden roepen, als ze bedrogen werden door gemeente-ambtenaren. Ze kreeg gelijk.

In 1967 verhuisden wij van Merwedrecht naar Duynstede. Daar ging ellende aan vooraf. De huisvestingsambtenaar van Duynstede was berucht om zijn niet nagekomen toezeggingen. Ook mijn ouders werden slachtoffer.

Ze kregen de toezegging van een leuke woning. Pionieren in een nieuwe wijk waar nog geen wegen en winkels waren, maar volop ruime doorzonwoningen.
 
De huur van ons huis in Merwedrecht werd opgezegd, de verhuizing gepland. Maar toen ze het huurcontract kwamen tekenen… ontkende de ambtenaar alles!

Prins Bernhard greep in
Moeder was strijdbaar. Belde eerst de chef van bureau huisvesting, daarna de burgemeester. Allebei hielden ze de ambtenaar de hand boven het hoofd.

Volgende stap: de minister van Volkhuisvesting? Nee, meteen maar de (volgens moeder!) ‘hoogste baas van Nederland’ want de tijd begon te dringen. Ze schreef een keurige brief naar… Prins Bernhard!

Vader verklaarde haar voor gek. ‘Denk je nou echt dat die het leest?’

Maar Bernhard las de brief wèl! Moeder kreeg een briefje terug van de secretaris van de Prins: ‘Het had de aandacht van zijne Koninklijke hoogheid.’

Een paar dagen later werd moeder gebeld door bureau huisvesting van Duynstede. Woedend siste de ambtenaar: ‘Bent u nou helemaal…. We werden gebeld door Soestdijk dat dit niet goed ging. Maar u krijgt het huis hoor.’

Natuurlijk was dit soort bemoeienis ook vroeger al een hoge uitzondering.

Toch stond voor mijn gevoel de overheid toen dichterbij de mensen.

Greep Ruud Lubbers ook in?
In 1985 liep ik stuk op tegenstrijdige regeltjes bij het GAK. Ik dreigde mijn aangepaste bruikleenauto kwijt te raken, terwijl ik daardoor juist kon werken.

Wanhopig schreef ik een brief naar het kabinet van Ruud Lubbers.

Ik kreeg een algemeen antwoord, maar een paar dagen later liet het GAK weten dat ik een ruime overbruggingsperiode kreeg en daarna de auto tegen een vriendelijk prijsje over mocht nemen. Toeval, of zou er overleg achter de schermen geweest zijn?

De Tweede Kamer
Gemeenten houden sinds vorig jaar zogenaamde ‘keukentafelgesprekken.’ De bedoeling is dat hulpbehoevende burgers meer zelf gaan doen. Ik zag een paar voorbeelden hoe slecht dit bij een bejaard, gehandicapt stel uitpakte.
 
Oktober 2013 stuurde ik daarover een e-mail naar alle Tweede Kamerfracties.

Van het CDA kreeg ik direct een standaard e-mail terug: ‘Mona Keijzer had het erg druk en waarschijnlijk geen tijd om te antwoorden. Maar ze zou de mail zeker lezen.’ Verder niets meer over gehoord, inderdaad ook geen antwoord gekregen.
 
Cees van der Staaij van de SGP antwoordde ook direct. Hij stuurde een standaard mail met uitleg over Brussel. Daar had mijn vraag totaal niets mee te maken.
 
En van de VVD, PvdA, D66, SP, Christenunie, PVV, GroenLinks? Daar hoorde ik helemaal niets van.

Hoezo kloof?

Heeft u wel eens een brief aan ambtenaren gericht? Wat zijn uw ervaringen? Geef uw reactie.

Bekijk & lees alle columns door Kees de Jager

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren