Vervoeren is een vak

27.02.2019 | Columns | 653 keer bekeken
Vervoeren is een vak

Sinds een aantal maanden maak ik gebruik van het collectief vervoer in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Daarnaast maak ik sinds kort voor reizen buiten de regio gebruik van Valys.

In het verleden was ik als beleidsmedewerker bij de Vereniging van Gehandicaptenorganisaties Rotterdam (VGR) en later als beleidsmedewerker bij de Oogvereniging betrokken bij deze vormen van aanvullend en aangepast vervoer. Mijn rol was die van belangenbehartiger van mensen met een beperking. Ik had al wel een handicap, maar ik voelde toen nog niet de noodzaak om zelf van aanvullend vervoer gebruik te maken.

Ik zette me in voor toegankelijk openbaar vervoer, bijvoorbeeld door te pleiten voor liften op metrostations en geleidelijnen en markeringen op metro- en treinstations. Ik kijk terug op enkele positieve ervaringen. Ik denk aan de actie ‘Rotterdam in de lift’, die in 1992 door de VGR op touw werd gezet. Deze heeft bijgedragen tot het plaatsen van liften op de metrostations van de noord-zuid metrolijn in Rotterdam. Gelukkig horen liften nu bij de standaardeisen, maar in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was dat nog niet zo. Ook denk ik aan het aanbrengen van geleidelijnen en markeringen op metro- en treinstations ten behoeve van slechtzienden en blinden.

Dergelijke voorzieningen maken het voor meer mensen mogelijk om zelfstandig of met enige assistentie gebruik te maken van het openbaar vervoer. Toch zal het nog wel even duren totdat het openbaar vervoer voor iedereen geschikt is. Aanvullend vervoer blijft daarom nodig. Ik merk dat nu zelf.

Nu ik gebruik maak van een scootmobiel en een rolstoel durf ik wel met assistentie met de trein te reizen, maar vind ik het gebruik maken van de metro lastig, omdat deze bij de stations maar kort stopt en niet elke toegangsdeur geschikt is voor een rolstoel of scootmobiel. Ik ben daarom blij dat ik nu een beroep kan doen op het Wmo-vervoer en het landelijke Valys vervoer.
Het aangepaste vervoer wordt uitgevoerd door beroepschauffeurs. Ze hebben de vaardigheden en het materieel om mensen met beperkingen veilig te vervoeren. De meeste wagens hebben tegenwoordig een lift,  waarmee je vanaf de straat met rolstoel of scootmobiel omhoog gaat. De ouderwetse schuine oprijplaat zie je steeds minder.

Als gebruiker boek je telefonisch of via internet een rit, met de gewenste tijd van heen- en terugreis. De bedoeling is dat dit met een marge van maximaal een kwartier wordt uitgevoerd. Dit lukt niet altijd maar meestal wel. Chauffeurs hebben niet alleen te maken met de wensen van de klant, maar ook met de verkeerssituatie. We kennen allemaal het verschijnsel van files, vooral in de ochtend- en avondspits. Bovendien combineren de vervoersbedrijven zo veel mogelijk ritten van passagiers, om de kosten te beperken.
Dit vervoer, uitgevoerd door beroepschauffeurs, moet naast een zo goed mogelijk toegankelijk openbaar vervoer blijven bestaan.

Er zijn naast het Wmo-vervoer en Valys allerlei initiatieven waarbij vrijwilligers mensen vervoeren. Daar is op zich niks mis mee, zolang we er maar voor waken dat deze vormen van vervoer niet in de plaats komen van professioneel vervoer, met goed materieel en daartoe opgeleide chauffeurs. Vervoeren van mensen met beperkingen is geen hobby maar een vak. Laten we dat in ere houden!

Bekijk & lees alle columns door José van Rosmalen.

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (0)

Reageren