Vraag & antwoord - Definitief geen subsidie vanuit de Wlz mogelijk?

27.01.2017 | Algemeen nieuws | 1076 keer bekeken
Vraag & antwoord - Definitief geen subsidie vanuit de Wlz mogelijk?

Is er definitief geen subsidie vanuit de Wlz mogelijk voor woningaanpassingen?

Antwoord door Ir. Johan Grootveld - Architect en adviseur voor woningaanpassingen:

In een eerdere 'Vraag & antwoord' besprak ik hoe zinvol het kon zijn om voor woningaanpassingen ten behoeve van Wlz-cliënten te wachten op een mogelijke subsidieregeling vanuit de Wlz. Daar was sinds de veranderingen in de Wmo per 1 januari 2015 namelijk sprake van. Dat de woningaanpassingen voor personen die onder de Wlz vallen ook van daaruit bekostigd zouden gaan worden. Er zouden dan twee verschillende verstrekking regimes voor woningaanpassingen naast elkaar komen te bestaan, vanuit de gemeenten via de Wmo, en vanuit het zorgkantoor via de Wlz.

De Wmo-regeling is aan de gemeenten toebedacht, omdat deze dichter bij de burger staan en daardoor beter dan de landelijke overheid in staat zouden zijn om "maatwerk" aan te bieden. De gemeenten kregen daarvoor binnen de wet een vrij ruime beleidsvrijheid toebedeeld, om eigen oplossingen te ontwikkelen voor de vragen van hun burgers. Zo kan de ene gemeente een ruimhartig beleid voeren op het gebied van woningaanpassingen, terwijl de buurgemeente juist sterker inzet op het verhuisprimaat. Welke voorziening je krijgt bij een vergelijkbare beperking is dus mede afhankelijk van de gemeente waar je woont. Veel mensen met beperkingen ervaren deze verschillen als willekeur en strijdig met het anti-discriminatiebeginsel. Het is echter een logisch gevolg van de overheidskeuze voor (verdere) decentralisatie in de Wmo 2015.

Mede om deze reden werd door Wlz-cliënten, doorgaans mensen met een zwaardere zorgvraag, uitgekeken naar de door de overheid toegezegde regeling in de Wlz voor woningaanpassingen en voorzieningen. Zo’n regeling zou allerlei voordelen kunnen bieden. Niet alleen betekent één landelijke regeling een eind aan de ervaren willekeur en gelijke rechten in gelijke situaties. Maar ook werd verondersteld dat een aparte Wlz-regeling ruimhartiger zou kunnen uitpakken dan de bestaande Wmo-regelingen. Zo geldt in de Wlz soms een gunstiger regeling voor eigen bijdragen dan in de Wmo. Die is bijvoorbeeld voor kinderen tot 18 jaar niet verschuldigd. Voor een rolstoellift, verbouwing of aanbouw kan dat soms tienduizenden euro’s schelen.

Omdat het optuigen van een aparte Wlz-regeling ingrijpender bleek dan per 2015 was voorzien, zijn in de afgelopen overgangsjaren 2015 en 2016 de voorzieningen en woningaanpassingen tijdelijk onder het Wmo-regime van de gemeenten blijven vallen. Intussen werd in werkgroepen, ingesteld door het ministerie van VWS, gestudeerd op de ‘voors’ en ‘tegens’ van een aparte Wlz-regeling.

Per 2017 is besloten om definitief van een aparte Wlz-regeling af te zien en de verstrekking van voorzieningen en woningaanpassingen definitief bij de gemeenten te houden. Een belangrijk argument daarvoor was de ervaring die gemeenten hiermee hebben opgebouwd, terwijl een geheel nieuw op te tuigen landelijke organisatie zich al deze expertise nog eigen zou moeten maken. Ook vond men twee verschillende loketten voor voorzieningen niet in het belang van de burgers. Tenslotte is de financiële overheveling van de gemeente naar het zorgkantoor een belangrijk bezwaar geweest. Dat zou immers ten koste gaan van het Wmo-budget van de gemeenten.

Nu de Wlz-cliënt definitief voor zijn voorzieningen onder de gemeente blijft vallen, zal de druk om kostbare aanpassingen te vergoeden toenemen. Om deze kostenontwikkeling in de gaten te houden moeten de gemeenten gaan registreren wie een Wlz-indicatie heeft. Er gaan bij diverse gemeenten stemmen op om voor de duurdere woningaanpassingen, bijvoorbeeld boven de 50.000 euro, een apart landelijk fonds in te stellen. Vergelijkbaar met de regeling zoals die onder de oude Wvg bestond.

Voor gemeenten biedt dat voordelen, omdat deze kosten dan niet meer op hun Wmo-budget drukken. Als er ook landelijk geldende criteria komen voor het verstrekken van woningaanpassingen, zou dat in elk geval ook voor de meest complexe situaties de door veel cliënten ervaren rechtsongelijkheid binnen de Wmo verminderen. Op dit moment wordt deze wens tussen de gemeenten (VNG) en het ministerie van VWS besproken. De kans is echter niet erg groot, dat VWS binnen afzienbare tijd in zo’n landelijk fonds mee zal gaan.

Ga naar alle vragen & antwoorden over woningaanpassingen >

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (2)

Reageren
  • Els de Jong
    06.02.2017 - 10:03 uur | Els de Jong

    Helaas woon ik in een gem die zijn WMO geld graag aan andere dingen besteed !het probleem is nl dat W M O geld niet geoormerkt is en er dus alle gaatjes mee gevuld worden. zelf al vele keren te horen gekregen dat het niet onder WMO viel en dus zelf alle aanpassingen heb moeten bekostigen :traplift endeur voor stalling breder laten maken en ook nog scootmobiel aanschaffen daar deze via gem duurder was dan zelf kopen ,nu gaat het ietsje beter doordat ze naar ink kijken ,ben nu alleenstaande.

  • f.w. andriessen
    02.02.2017 - 14:07 uur | f.w. andriessen

    Het verteld duidelijk wat de uiteindelijke keuze is geworden.
    Voor gebruikers is het nu duidelijk dat ze van een voorziening gebruik moeten maken.
    Het is alleen jammer dat de gemeentes zeer krampachtig omgaan met het hun verstrekte budget voor de WMO voorzieningen en vaak heel veel geld overhouden doordat ze niet goed met de financiële middelen omgaan..