Zorgindicaties Wmo vaak niet of niet volledig verzilverd

20.06.2016 | Algemeen nieuws | 1951 keer bekeken
Zorgindicaties Wmo vaak niet of niet volledig verzilverd

Al meer dan een maand liggen veel gemeenten onder vuur vanwege het grote overschot op hun Wmo-budget. Ze houden behoorlijke sommen geld over. De zorgbehoefte die tijdens keukentafelgesprekken is geïndiceerd en dat wat is gedeclareerd door zorgverleners blijken niet overeen te komen. Uit onderzoek blijkt nu wat één van de oorzaken is: veel cliënten verzilveren hun ontvangen zorgindicaties niet of niet volledig. Hoe valt dat te verklaren?

Lage verzilveringsgraad toegekende zorg

Onderzoeksbureau APE enquêteerde 249 mensen uit de Bollenstreek die allen minder dan 60% van de hun toegekende zorg gebruiken. Volgens het onderzoek zit de verzilveringsgraad van die groep net iets boven de 50%. Als voorbeeld: een cliënt heeft een zorgindicatie voor 8 uur per week, maar gebruikt in de praktijk slechts 4 uur.

Oorzaken lage verzilvering

De lage verzilveringsgraad kent verschillende oorzaken. Zo blijkt dat een gedeelte van de zorgindicaties niet meer actueel is. Cliënten consumeren bijvoorbeeld doordat zij ziek zijn geworden opeens nog maar een deel van de toegekende zorg; ze zijn in het ziekenhuis beland, zij ontvangen de zorg van een andere organisatie of ze zijn overleden. Of zij geven simpelweg aan dat de zorg niet meer nodig is, aldus onderzoeksbureau APE.

Een andere oorzaak van de lage verzilvering is de administratie rondom de Wmo. Zo zijn nog niet alle facturen door de gemeenten in de Bollenstreek verwerkt. Daarnaast heeft het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) nog niet alle benodigde gegevens van alle cliënten verstrekt. Ook blijkt opvallend genoeg uit het onderzoek dat bijna 10% van alle geënquêteerden niet op de hoogte is van zijn of haar zorgindicatie. ‘Dat geeft aan dat veel mensen in 2015 de weg nog niet wisten naar het goede loket,’ zegt APE-directeur Leo Aarts.    

Eigen bijdrage Wmo 

Het onderzoek in de Bollenstreek wijst daarnaast uit dat de meeste Wmo-cliënten alle zorg ontvangen die zij nodig hebben. ‘Slechts 2 procent neemt de zorg niet af door de eigen bijdrage,’ stellen de gemeenten in de Bollenstreek opgelucht in een persbericht. De eigen bijdrage is dus nauwelijks een reden om af te zien van zorg. Ook blijkt dat het onderzoek representatief is voor andere gemeenten. Zo blijkt het verzilveringspercentage in de gemeente Overijssel op 65% te liggen.

Wmo-overschot structureel?

Directeur Aarts van het APE wil gemeenten wel waarschuwen: meteen nieuw beleid maken is geen goed idee. In welke mate zijn de Wmo-overschotten immers structureel? Aarts: ‘Belangrijk is het om dat eerst goed uit te zoeken, voordat je beleidsmatig wat anders doet met het zorgbudget. Het kan heel vervelende consequenties hebben, als je later tekort blijkt te komen.’

Aanmelden nieuwsbrief

Op de hoogte blijven van het laatste nieuws, producten en aanbiedingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Deel dit artikel

Reacties (1)

Reageren
  • 07.07.2016 - 14:15 uur | van

    In het oude stelsel had mijn man een indicatie voor ADL zorg (uur per dag) en begeleiding (2 uur per week), en ik voor huishouden (3 uur per week). Wij hebben besloten om geen indicatie te vragen onder de WMO, omdat er zoveel eigen bijdrage gevraagd wordt, dat we het beter zelf kunnen betalen.