Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Aan de basis van het Nederlandse zorgstelsel liggen vier zorgwetten:
1. de Wet langdurige zorg (Wlz),
2. de Zorgverzekeringswet (Zvw),
3. de Jeugdwet 4. de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)

Op deze pagina geven we je een overzicht van deze laatste wet. De Wmo is erop gericht burgers, ouder dan 18 jaar, te helpen om zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen en aan de maatschappij deel te nemen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wmo en dienen zich aan de gestelde regels te houden.

> Zelfredzaamheid, participatie en empowerment aan de basis van de Wmo
> Voor welke ondersteuning klop je aan bij je gemeente?
> Wie betaalt de Wmo?
> Beleidsvrijheid bij uitvoering Wmo
> Wmo voorzieningen op een rij
> Kom je in aanmerking voor een maatwerkvoorziening?
> Het aanvragen van Wmo ondersteuning
> Hulp nodig bij het indienen van een Wmo-aanvraag?
> Vormen van vergoedingen: in natura of persoonsgebonden budget (pgb)
> Eigen bijdrage en Wmo abonnement

Zelfredzaamheid, participatie en empowerment aan de basis van de Wmo

De Wmo is er al sinds 2007 en kwam destijds in de plaats van de Welzijnswet. Inmiddels is er een nieuwe versie van de Wmo: de Wmo 2015. Grootste verschil met de eerste versie van de Wmo is dat de gemeenten er meer taken en verantwoordelijkheden bij hebben gekregen, onder andere vanuit de inmiddels vervallen wet Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). De invoering van de Wmo 2015 ging gepaard met een enorme bezuinigingsoperatie en de overgang verliep niet probleemloos.

De Wmo betekende een forse organisatorische verandering en een heel nieuwe benadering van zorg en ondersteuning in ons land. Als burgers worden we nu meer op onze eigen kracht en verantwoordelijkheid aangesproken. We moeten eerst zo veel mogelijk voor onszelf en onze naasten zorgen. De (gemeentelijke) overheid springt alleen bij in het geval dat onze zelfredzaamheid en de mogelijkheden van ons netwerk onvoldoende zijn.

De gedachte achter de Wmo is mensen te helpen zo lang mogelijk zelfstandig thuis te blijven wonen en deel te nemen aan de maatschappij en daarnaast om mensen te ‘empoweren’. Waar vroeger gemeenschapszin en naastenliefde meer vanzelfsprekend waren, worden nu nieuwe vormen van zorgzaamheid en samenhorigheid bedacht.

Door de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wmo van het Rijk naar de gemeenten over te hevelen (de overheidsschakel die ‘het dichtst bij de burger’ staat) wil het kabinet zorgen dat hulp en ondersteuning meer op onze persoonlijke situatie aansluiten; maatwerk dus.

Voor welke ondersteuning klop je aan bij je gemeente?

Je kunt een beroep doen op de Wmo 2015 als je thuis tijdelijke ondersteuning nodig hebt of als je langdurig lichte(re) zorg en ondersteuning nodig hebt. Bijvoorbeeld omdat je vanwege een tijdelijke bewegingsbeperking hulp nodig hebt bij het huishouden of omdat je moeilijk ter been bent en geen grote afstanden kunt overbruggen een aanvraag indient voor een rolstoel of scootmobiel.

Gemeenten zijn verplicht om kwetsbare, hulpbehoevende inwoners voorzieningen en ondersteuning aan te bieden. Het is de taak en verantwoordelijkheid van een gemeente om bijvoorbeeld, begeleiding en dagbesteding aan te bieden, mantelzorgers en vrijwilligers (tijdelijk) te ondersteunen, plaats te bieden in een beschermde woonomgeving (voor mensen met een psychische stoornis) en opvang in het geval van huiselijk geweld of voor wie dakloos is.

Wie betaalt de Wmo? 

De uitvoering van de Wmo wordt betaald uit belastinggeld en de eigen bijdragen. Gemeenten ontvangen jaarlijks via een speciaal gemeentefonds geld vanuit de overheid. Welk bedrag een gemeente krijgtvanuit dit fonds hangt vooral af van de samenstelling van de inwoners.

Beleidsvrijheid bij uitvoering Wmo

Een gemeente heeft, zolang zij zich aan de regels van de Wmo houdt, van het Rijk beleidsvrijheid gekregen om te kijken met welke ondersteuning en voorziening ze je het beste kan helpen. De grote lijnen van de wet liggen landelijk vast, maar een gemeente kan dus op veel gebieden zelf kiezen hoe zij de wet uitvoert. In de praktijk leidt dit tot soms grote verschillen in aanpak en ondersteuning tussen gemeenten onderling. Zo zijn er verschillen in het aanbod van hulpmiddelen, de hoogte van de vergoeding binnen het Persoonsgebonden budget (Pgb) en de eigen bijdragen die een gemeente vaststelt voor het gebruik van voorzieningen.

Wmo voorzieningen op een rij

Als je thuis woont en niet zelfredzaam bent, je niet goed kunt participeren in de maatschappij en daarnaast jouw eigen netwerk niet (voldoende) hulp kan bieden, is jouw gemeente verplicht om ondersteuning te bieden. Er zijn twee soorten ondersteuning binnen de Wmo: de algemene voorzieningen en de maatwerkvoorzieningen.

Algemene voorzieningen
De gemeente doet geen diepgaand onderzoek naar jou of jouw persoonlijke situatie, de algemene voorzieningen zijn vrij toegankelijk. De gemeente mag een eigen bijdrage vragen voor het gebruik ervan.

Maatwerkvoorzieningen
Voorbeelden van maatwerkvoorzieningen zijn: vervoersvoorzieningen (zoals een rolstoel voor langdurig gebruik, een scootmobiel of autoaanpassing) of vervoer in de regio (rolstoel- of regiotaxi), individuele begeleiding, huishoudelijke hulp, dagbesteding op maat, een beschermde woonplek, woningaanpassingen, respijtzorg, ondersteuning van jouw mantelzorgers enz. 


Kom je in aanmerking voor een maatwerkvoorziening?

Je moet aan drie voorwaarden voldoen.
(1) Je hebt een probleem dat je niet zelf of met de hulp vanuit je omgeving kunt oplossen.
(2) Een algemene voorziening helpt je niet of onvoldoende om zelfstandig te kunnen leven
(3) Een zorgverzekeraar vergoedt jouw hulpmiddel niet en je kunt ook via de zorgorganisatie waar je (eventueel) woont geen andere oplossing vinden.
(Bron: Scouters.nl)

In 2016 maakten ruim één miljoen mensen gebruik van één of meerdere Wmo maatwerkvoorzieningen. Er werden in dat jaar in totaal meer dan 1,4 miljoen maatwerkvoorzieningen toegekend. In de meeste gevallen ging het om hulpmiddelen of een woon- of vervoersdienst.

Het aanvragen van Wmo ondersteuning

Stap 1
Wil je in aanmerking komen voor hulp of ondersteuning in het kader van de Wmo 2015, dan meld je je bij de gemeente waar je woont en dien je een aanvraag in. Dat kan via het Wmo loket van de gemeente en/of via het sociale wijkteam.

Stap 2
Na jouw aanmelding neemt iemand van de gemeente contact met je op voor het maken van een afspraak. De gemeente is verplicht een onderzoek naar jouw persoonlijke situatie uit te voeren. Om jouw aanvraag te beoordelen vindt er meestal een gesprek bij jou thuis plaats, het zogenaamde keukentafelgesprek. Bij dit gesprek zijn aanwezig: een consulent/deskundige van de gemeente, jijzelf als zorgvrager en eventueel jouw mantelzorger of een onafhankelijk cliëntondersteuner die jouw belangen behartigt (de gemeente is verplicht je een cliëntondersteuner aan te bieden en te vergoeden).

Het is verstandig omje goed voor te bereiden op het keukentafelgesprek, op onze website vind je handige tips en checklists. Zo kun je het gesprek optimaal benutten om jouw gemeente duidelijk te maken hoe jouw persoonlijke situatie eruitziet en met welke ondersteuning ze jou kan helpen om zelfstandig te blijven wonen en deel te nemen aan de maatschappij.

Stap 3
De consulent/deskundige van de gemeente maakt (binnen 10 werkdagen) een gespreksverslag op. Jij kunt vervolgens aangeven of je het wel of niet eens bent. Blijkt uit het verslag dat je onvoldoende zelfredzaam bent en dat je geen mensen in je eigen netwerk hebt waar je een beroep op kunt doen, dan is de gemeente verplicht ondersteuning te bieden. De gemeente doet in het verslag een voorstel voor de voorzieningen die zij jou dan biedt. Wacht altijd het definitieve besluit van de gemeente af voordat je zelf een bepaalde voorziening/hulpmiddel aanschaft!

Stap 4
Kun je je vinden in het gespreksverslag dan retourneer je deze ondertekend en is dit jouw definitieve aanvraag voor ondersteuning uit de Wmo. Binnen twee weken neemt de gemeente een besluit of je voor voorzieningen in aanmerking komt en wanneer en in welke vorm deze worden verstrekt.

Bezwaar maken tegen beslissing van de gemeente
Ben je het niet mee eens met het besluit, dan kun je schriftelijk bezwaar aantekenen. De cliëntondersteuner kan je hier ook bij helpen. In dit artikel lees je hoe je een klacht indient bij je gemeente of de ombudsman en hoe je bezwaar kunt maken tegen een beslissing van je gemeente.

Hulp nodig bij het indienen van een Wmo-aanvraag?

De gemeente is verplicht je een cliëntondersteuner aan te bieden en voor jou te vergoeden. Een cliëntondersteuner is iemand die jouw belangen behartigt, die je helpt met het geven van informatie en adviezen en bijvoorbeeld met het voorbereiden van het keukentafelgesprek. Hij of zij kan, als je dat wilt, ook aanwezig zijn bij dit gesprek.

Vormen van vergoedingen: in natura of persoonsgebonden budget (pgb)

Als je aan de voorwaarden voldoet en je aanmerking komt voor ondersteuning vanuit de Wmo, dan heb je recht op een (gedeeltelijke) vergoeding voor het hulpmiddel of de zorg die je nodig hebt. Je hebt daarbij de keus tussen twee soorten vergoedingen: zorg in natura of een persoonsgebonden budget (pgb). 

Zorg in natura
Wanneer je kiest om de zorg, het hulp(middel) of ondersteuning in natura toe te laten kennen, geef je de gemeente de verantwoordelijkheid om dit voor jou te regelen met de zorgaanbieders. Voordeel is dat het regel- en administratiewerk jou bespaard blijft.
Nadeel kan zijn dat je bijvoorbeeld niet zelf kunt kiezen wie je in de huishouding komt helpen of welke rolstoel je krijgt.
Je bent afhankelijk van de afspraken die jouw gemeente heeft gemaakt met een (beperkt) aantal vaste leveranciers en de contracten die deze leveranciers op hun beurt weer hebben met de producenten van hulpmiddelen.
Het aanbod van hulpmiddelen waaruit je kunt kiezen verschilt per gemeente, omdat niet alle gemeenten contracten afsluiten met dezelfde leveranciers.
Goed om te weten is dat een gemeente wel ook hulpmiddelen die buiten de contracten vallen, kan en mag vergoeden.

Persoonsgebonden budget (pgb)
Met een pgb ontvang je een eigen vast budget waarmee je zelf ‘doeltreffend’ je zorg, hulp(middel) of ondersteuning inkoopt.

Wat kunnen overwegingen zijn om voor een pgb te kiezen? Bijvoorbeeld als het belangrijk is dat je een andere rolstoel of scootmobiel krijgt dan de modellen van de leveranciers waar jouw gemeente een contract mee heeft afgesloten. Of dat je zelf wilt kiezen wie je komt begeleiden of helpen in de huishouding.
Je dient te motiveren en uitleggen waarom je graag zelf ondersteuning wilt inkopen met een pgb in plaats van zorg in natura te ontvangen. Wil je de regie in eigen handen houden, dan staan er in de Wet maatschappelijke ondersteuning twee belangrijke artikelen. Artikel 2.3.6. regelt het recht op een pgb en artikel 2.3.2. regelt het recht op het schrijven van je eigen indicatie, het zogenaamde persoonlijk plan. De gemeente is verplicht naar dit plan te kijken.
De Wmo-Powerkaart schetst in heldere en begrijpelijke taal deze twee wetsartikelen en jouw recht om je eigen keuzevrijheid uit te oefenen.

Hoeveel budget je krijgt, verschilt per gemeente. In de wet staat dat het budget ‘toereikend’ moet zijn om de nodige ondersteuning in te kopen. De gemeente wint hiervoor advies in bij de indicatiesteller en berekent het bedrag waarmee je de zorg kunt inkopen.
Wil je een niet-professionele zorgverlener inschakelen , zoals een familielid of mantelzorger, dan mag de gemeente een lager uurtarief hanteren in haar budgetbepaling. De gemeente is verplicht om je minimaal het bedrag te geven dat dezelfde zorg in natura zou kosten. Eventuele meerkosten komen voor eigen rekening.

Eigen bijdrage en Wmo abonnement

Eigen bijdrage (regeling tot eind 2018)
Gemeenten mogen een eigen bijdrage vragen voor algemene- en maatwerkvoorzieningen die ze in het kader van de Wmo 2015 bieden. De hoogte daarvan is afhankelijk van jouw inkomen, vermogen, en leeftijd. De eigen bijdrage die je betaalt bedraagt maximaal de kostprijs van een voorziening. Het Centraal Administratiekantoor (CAK) int eens per 4 weken de eigen bijdrage.

Wmo abonnement vanaf januari 2019 voor maatwerkvoorzieningen
Vanaf 1 januari 2019 komt er een Wmo abonnement en geldt er voor alle inwoners één vast maandelijks bedrag aan eigen bijdrage van 17, 50 euro, ongeacht het gebruik van voorzieningen. Het Wmo abonnement is gunstig voor zorgvragers met een hoog zorgverbruik. Het voorkomt stapeling van zorgkosten en vereenvoudigt de regels voor zorgvragers.
Let wel : het abonnementstarief geldt uitsluitend voor maatwerkvoorzieningen en níet voor algemene voorzieningen.

Dit abonnementstarief is een maximumtarief. Gemeenten hebben de vrijheid om het tarief naar beneden bij te stellen voor bijvoorbeeld mantelzorg of voor huishoudens met een laag inkomen.

Dankzij de invoering van dit abonnementstarief heb je de zekerheid dat je nooit (meer) voor vervelende verrassingen komt te staan en weet je waar je aan toe bent. 
De nieuwe regeling mag niet leiden tot een verschuiving van maatwerk naar algemene voorzieningen. Maatwerk valt onder het abonnement, algemene voorzieningen niet. Door zorg en ondersteuning als algemene voorziening aan te bieden, kunnen gemeenten het abonnementssysteem omzeilen. (Bron: Iederin)

Overzicht alle artikelen over Wmo op SupportBeurs.nl